“Hét moment voor een persoonlijk verslag dat officieel mag zijn”
Recensie van ‘Brodeck’ (De Nieuwe Bazaaar)
In 2007 verscheen ‘Het verslag van Brodeck’ van Philippe Claudel. Het boek inspireerde reeds menig kunstenaar tot een eigen adaptatie. Vorig jaar nog maakte Daan Janssens er een eigentijdse opera van. In een bewerking en regie van Marc Bober brengt Hans Van Cauwenberghe Brodeck tot leven op de theaterplanken – of in de buitenlucht. Dat doet hij reeds sinds 2013 en sinds vorig jaar in een nieuwe interpretatie met De Nieuwe Bazaaar, een gezelschap dat hij samen met Siri Backx oprichtte om locatievoorstellingen te maken die ‘vertellen wat er leeft’. Om op die manier theater van maatschappelijk belang naar de gewone man te brengen, ook die van Tongeren-Borgloon.
De omgeving is idyllisch te noemen. De zon die haar laatste daglicht werpt op het Agnetenklooster, vogels die fluiten, dekentjes op de schoot. Tegenover al die zachtheid komt het verhaal van Brodeck extra hard binnen. Het is Hans Van Cauwenberghe die in de huid van Brodeck kruipt en ons meeneemt terug in de tijd. Naar de avond van ‘het accident’ – hij herinnert zich hoe hij gevraagd werd om in het café een klompje boter te gaan halen, maar al snel zag dat er een haar inzat. Naar de dag dat ‘de Anderer’ voor het eerst het dorp binnenkwam en toen nog een attractie was – Brodeck omschrijft hem als een soort figuur uit een toneelstuk, met paard en ezel. Naar zijn eerste ontmoeting met ‘de Anderer’, die hem toen de namen van de bergen had gevraagd – hij had ze hem gegeven. Telkens wanneer hij over ‘de Anderer’ vertelt, kijkt Brodeck geamuseerd.
Het lachen vergaat hem echter wanneer hij vertelt over de opdracht die hij drie maanden geleden kreeg om de feiten van de avond zodanig op te schrijven “dat degene die het leest het begrijpt en ons vergeeft”. Het lukt Brodeck niet. Zijn typemachine loopt constant vast, als ware het een verlengde van de machine in zijn hoofd. Die blijft malen over wat er is gebeurd. Tot ze plots tot stilstand komt. Rechtopstaand, met de mosterd van Abraham in zijn handen, deelt hij zijn inzichten over schuld en onschuld, mens en stront, spijt en tijd. “Het is natuurlijk makkelijk om achteraf spijt van iets te hebben.” Of te denken dat je het zelf anders zou gedaan hebben. Brodeck beseft dat ook hij even laf zou zijn geweest en concludeert al vroeg: “Ik ben niet geschikt voor dit leven.”
Het is precies die innerlijke strijd tussen veroordeling en zelfbesef waarmee Brodeck worstelt, en die door Hans Van Cauwenberghe met verstilde kracht wordt neergezet, die indruk maakt én achterlaat als bloed op de grond zelfs nadat het lichaam is weggesleept. Hoe handelen wij in zulke situaties? Grijpen wij wél in? Hoe houden wij onze eigen persoonlijkheid, waarden en normen staande in een groep? Hoe gaan wij om met herinneringen? Welk verslag maken wij? Brodeck maakt er uiteindelijk twee. Het officiële verslag schrijft hij neer maar krijgen we niet te horen, het persoonlijke verslag wel. Het verslag van een mens die zelf ooit ‘vremde’ was en zich altijd zo is blijven voelen. Van een mens die het goede in anderen ziet en de vreugde ondanks verdriet. Maar ook: een mens die ziet en toch wegkijkt, een mens die schrijft en toch niet blijft. Die wel zijn mening geeft, maar er verder niets mee te maken heeft.
Ergens halverwege de voorstelling vertelt Brodeck dat het “klokslag zeven uur” is. Exact op dat moment slaan de klokken hard. Misschien toeval, misschien een teken dat dit meer dan ooit hét moment is voor deze voorstelling. Voor deze vragen. Voor een persoonlijk verslag. Dat officieel mag zijn.
Mijn naam is Niels en ik heb er alles mee te maken.
Recensie: Niels Dewil